FAQ – Windproject Hoeker- en Garstenpolder

Veelgestelde vragen over het windproject, gerangschikt per thema. Gebruik de zoekbalk om snel een vraag of trefwoord te vinden.

Staat jouw vraag er niet bij? Stel hem dan via de contactpagina — we helpen je graag verder.

1. Het project en de coöperatie

De provincie Utrecht heeft de Hoeker- en Garstenpolder (ten noordwesten van Vreeland) aangewezen als een kansrijke locatie voor windenergie. Lokale energiecoöperaties werken samen om te onderzoeken hoe windenergie haalbaar en met maatschappelijk draagvlak gerealiseerd kan worden.

EENS staat voor Eigen Energie Nu Samen. Het is een nieuw opgerichte coöperatie, ondersteund door ervaren partners zoals Veenwind, Wijdemeren, Duurzame Vecht en de landelijke burgercoöperatie De Windvogel.

Nee, er is op dit moment nog geen definitief ontwerp of blauwdruk. De komende periode wordt gebruikt om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn.

De provincie Utrecht heeft de regie overgenomen via een projectbesluitprocedure, omdat de regionale doelen voor duurzame energie (RES) niet gehaald dreigden te worden en de gemeente Stichtse Vecht zelf geen windlocaties aanwees. De gemeente heeft zich formeel tegen het project uitgesproken, maar de provincie heeft de wettelijke bevoegdheid om locaties aan te wijzen.

2. Besluitvorming en tijdlijn

De provincie Utrecht neemt het formele projectbesluit. Dit vervangt het gemeentelijk bestemmingsplan en bevat de benodigde vergunningen. De coöperatie ecEENS is maatschappelijk initiatiefnemer, maar kan geen wettelijke normen wijzigen of rechterlijke uitspraken sturen.

We bevinden ons momenteel in de onderzoeksfase (2025–2026). Er wordt gewerkt aan het Onderzoeksplan en de Project-MER (Milieueffectrapportage). Pas eind 2026 wordt het officiële Ontwerp-Projectbesluit verwacht, waarna iedereen formeel kan reageren.

Op basis van de huidige planning is de meest realistische schatting dat het windpark er eind 2028 of in de loop van 2029 staat. Dit is afhankelijk van:

  • de uitkomst van juridische procedures bij de Raad van State (circa 12–14 maanden doorlooptijd)
  • de nieuwe landelijke Rijksnormen (verwacht zomer 2026)
  • de bouwtijd van 12–15 maanden na definitieve vergunningverlening

Als de Raad van State het besluit vernietigt, schuift realisatie op naar 2031 of later.

  • Onderzoeksfase (2025): Onderzoeksplan (NR&D)
  • Uitwerkingsfase (2025–medio 2026): Concept Project-MER en werksessies over lokaal eigendom
  • Besluitvormingsfase (eind 2026): Ontwerp-Projectbesluit en Omgevingsovereenkomst, terinzagelegging met 6 weken zienswijzetijd
  • Vaststellingsfase (2027): Definitief Projectbesluit, start juridische beroepstermijn
  • Beroepsprocedure Raad van State (2027)
  • Financial close en aanbesteding (2027/2028)
  • Realisatie (2028/2029)

Dit is een contract tussen de provincie, de ontwikkelaars en de omgeving, met afspraken die verder gaan dan de wet: extra financiële bijdragen aan lokale projecten, aanleg van nieuwe natuur rondom de turbines, of afspraken over het beperken van overlast.

Ja. Het project kan stoppen bij:

  • negatieve onderzoeksresultaten in de MER
  • onvoldoende draagvlak in de ALV van de coöperatie
  • juridische uitspraken door de Raad van State
  • financiële onhaalbaarheid

Ook als de nieuwe Rijksnormen (verwacht 2026) strenger uitvallen dan nu verwacht, moet het plan worden aangepast of gestaakt.

3. Gezondheid en geluid

Er is geen eenduidig bewijs voor directe gezondheidsschade. Windturbines produceren geluid, maar moeten voldoen aan wettelijke normen. Bij elk windproject worden uitgebreide onderzoeken uitgevoerd naar geluid, slagschaduw, gezondheidseffecten en cumulatie met andere geluidsbronnen. Hinder en stress worden bij omwonenden wel gerapporteerd; de lange termijn effecten zijn minder goed onderzocht.

Nederland werkt met jaargemiddelde normen (Lden en Lnight). De coöperatie hanteert de strengste vigerende normen. Er wordt ook gekeken naar cumulatie met andere geluidsbronnen zoals wegen en vliegverkeer.

Dat is discutabel. Piekgeluiden of specifieke weersomstandigheden kunnen als hinderlijker worden ervaren dan het gemiddelde suggereert. Wettelijke normen zijn minimumnormen; binnen de norm betekent niet automatisch dat niemand hinder ervaart.

Slagschaduw is mathematisch exact te voorspellen. De turbines worden uitgerust met automatische stilstandvoorzieningen: zodra de zon een bepaalde stand bereikt waarbij schaduw op een gevoelig object valt, schakelt de turbine direct uit. Hierdoor wordt de hinder tot nagenoeg nul gereduceerd.

Hoe hoger de turbine, hoe constanter en krachtiger de wind en hoe meer energie er wordt opgewekt. Door te kiezen voor grotere installaties kunnen we met minder masten dezelfde hoeveelheid duurzame energie opwekken, wat de totale voetafdruk in het gebied beperkt.

Formeel via normen en onafhankelijk onderzoek. De coöperatie erkent dat wetenschap niet op alle punten volledige zekerheid biedt en streeft naar continue monitoring, transparante rapportage en een meldpunt voor overlast zodra het park operationeel is.

4. Uitstoot, BPA en microplastics

Bisfenol A is een bouwsteen van de epoxyharsen die worden gebruikt om de turbinebladen sterk en licht te maken. In de harde kunststof is de BPA chemisch gebonden. Alleen door slijtage aan de buitenste laag kunnen zeer kleine hoeveelheden vrijkomen. Op basis van recent onderzoek van het RIVM en TNO (2024/2025) wordt de uitstoot per turbine geschat op gemiddeld 0,2 gram per jaar — vele malen minder dan de hoeveelheid BPA die via het wassen van synthetische kleding in het oppervlaktewater terechtkomt.

Net als bij elk object dat aan weer en wind wordt blootgesteld, treedt er bij turbinebladen op termijn slijtage op aan de randen (Leading Edge Erosion), waarbij microplastics vrijkomen. De totale uitstoot van microplastics door windturbines in Nederland wordt geschat op minder dan 0,01% van de totale uitstoot. Ter vergelijking: de grootste bronnen zijn autobanden en het wassen van synthetische kleding.

Er zijn diverse onafhankelijke rapporten beschikbaar (o.a. van het RIVM en de Provincie Utrecht uit 2024 en 2025). De conclusie is dat concentraties BPA en fijnstof direct rondom windparken zo laag zijn dat ze vaak niet eens meetbaar zijn in de bodem of het water — vele malen lager dan de Europese gezondheidsnormen. Dit aspect komt in de lopende Project-MER voor dit windpark ook expliciet aan de orde.

De coöperatie kiest voor:

  • hoogwaardige polyurethaan-coatings op de bladranden (elastischer, slijten minder snel en bevatten doorgaans geen BPA)
  • preventief onderhoud via regelmatige drone-inspecties
  • monitoring als onderdeel van de milieuevaluaties

5. Natuur en ecologie

Voor elk windproject wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar vogels, vleermuizen en andere beschermde soorten. Maatregelen zijn:

  • stilstandvoorzieningen bij vogeltrek
  • plaatsing buiten belangrijke vliegroutes
  • monitoring na inbedrijfstelling

Turbines mogen alleen worden geplaatst als de natuurwetgeving volledig wordt nageleefd. Als toch schade optreedt, kunnen aanvullende maatregelen verplicht worden.

Soms wel — denk aan versterking van het habitat rondom de turbines. Maar het blijft een afweging: schade wordt beperkt, niet altijd volledig voorkomen.

6. Landschap en erfgoed

Bij het ontwerp wordt zorgvuldig gekeken naar de impact op het landschap via landschappelijke studies, visualisaties en effectanalyses. De zichtbaarheid hangt af van hoogte, afstand en zichtlijnen. Beleving blijft subjectief. Als uit onderzoek blijkt dat de impact op erfgoedwaarden te groot is, kan het ontwerp worden aangepast.

Dit wordt onderzocht via een Heritage Impact Assessment. De uitkomst uit 2024 is dat het effect verwaarloosbaar is, maar de coöperatie staat open voor een second opinion en publiceert de resultaten transparant.

Sommige mensen wennen, anderen niet. Dit verschilt sterk per persoon en wordt door de coöperatie erkend als een reële zorg.

7. Waardevermindering en financiën

Onderzoek laat verschillende resultaten zien. In veel gevallen is het effect beperkt en tijdelijk. Bij veel projecten worden maatregelen genomen zoals een gebiedsfonds, investeringsmogelijkheden voor bewoners en lokale opbrengsten voor de gemeenschap. De coöperatie wil ervoor zorgen dat een deel van de opbrengsten terugvloeit naar de omgeving.

Een commerciële ontwikkelaar maximaliseert winst voor externe aandeelhouders. Bij Energiecoöperatie EENS blijven regie en rendement in de regio. Dit betekent dat de winsten terugvloeien via een omgevingsfonds voor lokale projecten en de mogelijkheid voor bewoners om financieel te participeren en zo hun eigen energierekening te verlagen.

Dit moet vooraf financieel geborgd worden door de exploitant. Financiële garanties worden vaak verplicht gesteld om te zorgen dat turbines na hun levensduur worden verwijderd.

Gemiddeld 20–25 jaar. Daarna volgt vervanging (repowering) of volledige verwijdering.

8. Participatie en invloed

Formeel: via inspraak, zienswijzen en deelname aan de coöperatie. In de praktijk liggen kaders soms al deels vast; invloed zit vaak meer in het 'hoe' dan het 'of'. De coöperatie erkent dit en streeft naar transparantie over keuzes, aantoonbare aanpassingen op basis van input en eerlijke communicatie over de grenzen van de invloed.

Bewoners kunnen lid worden van de energiecoöperatie. Als lid kunnen zij via de Algemene Ledenvergadering (ALV) directe invloed uitoefenen op de beslissingen van de coöperatie en financieel participeren in de ontwikkeling van het windpark. Dit eigen vermogen is essentieel om als coöperatie daadwerkelijk (mede-)eigenaar te worden.

Een deel van de opbrengsten van het windpark wordt gestort in een sociaal fonds voor lokale projecten (zoals sportclubs, dorpshuizen of infrastructuur). Leden van de coöperatie beslissen via de ALV mee over hoe dit geld wordt ingezet.

Ja. Bewoners en leden kunnen elektriciteit afnemen via het 'local4local'-principe van een coöperatieve energiemaatschappij zonder winstoogmerk. De opgewekte stroom wordt zo veel mogelijk lokaal geleverd, tegen een gunstig en stabiel tarief.

Tijdens de ontwikkeling kunnen bewoners meepraten over de eisen aan het windpark. Zodra het park operationeel is, behouden leden inzicht in de prestaties. Er wordt een klantendesk ingericht voor klachten, en de coöperatie monitort actief of het windpark opereert binnen de afgesproken kaders.

9. Lokaal eigendom en coöperatie EENS

Dit is een uitgangspunt van de provincie en de coöperatie. Het houdt in dat de helft van het windpark eigendom wordt van de inwoners zelf, verenigd in ecEENS. Hierdoor vloeien winsten uit energieopwekking terug naar de regio, in plaats van naar grote externe energiemaatschappijen.

Niet automatisch. Het hangt af van de financieringspositie, de zeggenschap in besluitvorming en het risicodragende vermogen. De coöperatie streeft naar een model waarbij bewoners werkelijk eigenaar zijn en niet slechts passieve financiers.

ecEENS fungeert als de lokale motor: zij mobiliseren lokale deelnemers, beheren de opbrengsten ten gunste van de lokale gemeenschap, organiseren bijeenkomsten en onderhandelen namens de bewoners over de Omgevingsovereenkomst. De coöperatie is opgericht als zelfstandige ledenorganisatie — geen verlengstuk van de provincie en geen commerciële ontwikkelaar. De uitkomst van het traject staat niet vast.

10. Batterijen en netcongestie

De economische businesscase is op dit moment complex door hoge investeringskosten en onzekere terugverdientijden. De coöperatie kiest voor een 'Storage Ready' ontwerp: de netaansluiting en locatie worden fysiek voorbereid, zodat batterijen kunnen worden geplaatst zodra de technologie rendabeler is.

Ja. De ontwikkeling van Natrium-ion (zout)batterijen gaat hard. Deze zijn milieuvriendelijker (geen schaarse grondstoffen zoals kobalt), veiliger in gebruik en naar verwachting goedkoper. Door opslag even uit te stellen, kan worden geprofiteerd van betere en duurzamere techniek.

Netcongestie is te vergelijken met een file op de snelweg: er is meer stroomaanbod dan de kabels kunnen verwerken. Als het net vol is, kan de netbeheerder eisen dat de productie tijdelijk wordt beperkt. Het park wordt daarom zorgvuldig gepland om dit zoveel mogelijk te vermijden. Een slimmere combinatie van een iets kleinere aansluiting met opslagcapaciteit is vaak duurzamer en goedkoper dan een grote netaansluiting voor alleen de piekmomenten.

Door stroom te verbruiken op momenten dat het hard waait — bijvoorbeeld door dan de elektrische auto te laden of de warmtepomp een graadje hoger te zetten — ontlasten leden direct het elektriciteitsnet. Hoe beter het verbruik wordt afgestemd op de eigen opwek, hoe minder afhankelijk het park is van dure batterijen of zware netaansluitingen.

11. Juridische aspecten

Ja. Hoewel de landelijke algemene regels voor windparken in 2021 door de Raad van State buiten werking zijn gesteld (het zogenaamde 'Nevele-arrest'), betekent dit niet dat er geen windmolens gebouwd mogen worden. Het betekent dat voor elk specifiek project eigen, locatiespecifieke normen moeten worden vastgesteld die direct worden getoetst aan de Europese milieurichtlijnen. Voor EENS is dit juist een kans: het park wordt gebouwd op basis van wat in deze specifieke polder verantwoord is, niet op basis van generieke landelijke gemiddeldes.

De coöperatie stelt voor dit project een volledige, locatiespecifieke Milieueffectrapportage (project-MER) op. Hiermee wordt direct voldaan aan de strengste Europese eisen voor milieubescherming (de SMB-richtlijn), ongeacht de status van nationale algemene regels.

Ja. Als procedures niet goed gevolgd zijn, onderzoeken onvoldoende zijn of belangen niet goed zijn afgewogen, kan de Raad van State het projectbesluit vernietigen. Gezien het verzet van de gemeente is een juridische procedure vrijwel zeker. De coöperatie pakt dit aan door proactief een MER op te stellen die strenger is dan de tijdelijke regels.

Gedurende het gehele traject zijn er formele zienswijzeperiodes en inspraakmomenten. De coöperatie gaat verder door te streven naar vroegtijdige afstemming met belanghebbenden om bezwaren in een vroeg stadium technisch op te lossen, nog voordat formele juridische procedures starten.

12. Energievoorziening en noodzaak

De vraag naar elektriciteit stijgt door de toename van warmtepompen, elektrisch vervoer en industriële behoefte. Windenergie is essentieel om ook 's nachts stroom op te wekken, wat helpt om het stroomnet te ontlasten en prijzen te stabiliseren. Momenteel komt veel stroom nog uit kolen of gas, met uitstoot van broeikasgassen, geopolitieke afhankelijkheid en kapitaalvlucht naar grote commerciële buitenlandse bedrijven als gevolg.

De energietransitie vraagt om een combinatie van energiebronnen. Windenergie heeft als voordeel dat het ook in de winter en 's nachts veel energie produceert en relatief weinig ruimte gebruikt per geproduceerde kilowattuur. Door wind en zon te combineren ontstaat een stabieler energiesysteem.

Een moderne turbine heeft de energie die nodig was voor de productie, transport en bouw binnen zes tot negen maanden volledig terugverdiend. Gedurende de resterende 20 tot 25 jaar van de levensduur produceert de installatie nagenoeg emissievrije stroom.